Tekstgrootte
kleinerkleinergrotergroter

Hondsdolheid (rabiës)

Wat is Hondsdolheid?

Hondsdolheid, of rabiës, wordt overgebracht door het speeksel van een besmet zoogdier, zoals honden, katten, apen en vleermuizen. Bij het bijten, krabben of likken kan het virus worden overgebracht.

Landen en risicogebieden

In veel landen, ook in de landen die Nederland direct omringen, komt hondsdolheid voor.

Verschijnselen hondsdolheid

Griepachtige verschijnselen, hyperactiviteit, krampen en verlammingsverschijnselen. Hondsdolheid is een zeer ernstige ziekte die vrijwel altijd tot de dood leidt.

Voorzorgsmaatregelen

Vermijd contact met zoogdieren (zoals honden, katten, apen, vleermuizen) in gebieden waar hondsdolheid voorkomt. In sommige gevallen kan het verstandig zijn u te laten vaccineren. Onder Vaccinaties per land vindt u meer informatie. Maak een afspraak bij GGD Groningen voor een persoonlijk reisadvies.

Wanneer u per ongeluk toch gebeten wordt, moet u ervoor zorgen dat u binnen 24 uur antigif krijgt.

Wanneer vaccineren tegen hondsdolheid?

Inenten tegen hondsdolheid hangt af van de bestemming, duur en doel van uw reis. Als u langer dan 3 maanden naar een land gaat waar hondsdolheid voorkomt, wordt inenten aanbevolen.

Beschermingsduur

Na 3 vaccinaties levenslang geen anti-serum (MARIG) nodig. Bij hoog risico kan revaccinatie geadviseerd worden. Of dit nodig is en hoe vaak, dat kunt u overleggen met GGD Groningen.